‘Waarachtig, Ik verzeker u:

wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover. Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen. Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’ Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde.

Hij ging verder:

‘Waarachtig, Ik verzeker u:

Ik ben de Deur voor de schapen. Wie vóór Mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de Deur:

wanneer iemand door Mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.

Loading

Lees ook deze Berichten:

Johannes 17:9-26 De haat van de wereld 5
Lucas 13:1-9 Onderricht aan de leerlingen en de me...
Marcus 7:14-23 Rein en onrein 2
Matteüs 12:16-21 Jezus en de sabbat 2
Marcus 14:12-21 Het pesachmaal 1
Johannes 7:14-24 Jezus op het Loofhuttenfeest 2
Johannes 6:41-59 Het teken van het brood 4
Lucas 20:9-19 Jezus in de tempel belaagd 2
Marcus 5:21-34 Vijf confrontaties: geloof en ongel...
Johannes 7:25-36 Jezus op het Loofhuttenfeest 3
Matteüs 18:1-7 Onderricht aan Petrus en de leerlin...
Lucas 12:35-48 Onderricht aan de leerlingen en de ...
Lucas 9:10-17 Uitzending van de twaalf 2
Matteüs 26:69-75 Jezus verhoord en verloochend 2
Lucas 7:36-50 De liefde van een zondares
Lucas 19:1-10 Optreden in Jericho 2
Lucas 10:25-37 Het enig noodzakelijke 1
Marcus 11:1-11 Intocht in Jeruzalem
Johannes 8:1-11 Een vrouw op overspel betrapt
Marcus 12:28-34 Confrontatie met Farizeeën, Herodi...
Johannes 6:16-29 Het teken van het brood 2
Matteüs 8:14-22 Genezingen en navolging 2
Matteüs 20:17-28 Op weg naar Jeruzalem 1
Matteüs 19:23-30 Binnengaan in het koninkrijk van ...
Matteüs 27:15-26 Jezus voor Pilatus 2
Johannes 6:30-40 Het teken van het brood 3
Matteüs 13:34-43 Gelijkenissen over het koninkrijk...
Johannes 1:19-34 Getuigenissen 1
Matteüs 26:1-16 Jezus met kostbare olie gebalsemd
Lucas 9:51-62 Op weg naar Jeruzalem
Marcus 13:14-23 De komst van de Mensenzoon 2
Matteüs 13:14-17 Gelijkenissen over het koninkrijk...
Matteüs 24:32-51 De komst van de Mensenzoon 3
Lucas 20:1-8 Jezus in de tempel belaagd 1
Matteüs 11:16-19 Jezus en Johannes 3
Matteüs 16:13-20 Wie is Jezus? 1
Matteüs 22:34-46 Debat met Farizeeën, Herodianen e...
Lucas 16:14-18 Rijkdom en gerechtigheid 2
Matteüs 15:1-9 Rein en onrein 1
Matteüs 27:27-44 Kruisiging 1
Matteüs 18:15-20 Onderricht aan Petrus en de leerl...
Matteüs 25:1-13 De komst van de Mensenzoon 4
Lucas 23:13-25 Het verhoor 3
Matteüs 23:29-39 Wee de schriftgeleerden en de Far...
Matteüs 25:14-23 De komst van de Mensenzoon 5
Marcus 13:24-37 De komst van de Mensenzoon 3
Lucas 8:40-48 Genezing en dodenopwekking 1
Lucas 15:11-24 De zorg om wat verloren is 2
Matteüs 21:18-22 Het teken van de vijgenboom
Lucas 24:13-27 Verschijningen en hemelvaart 1
Matteüs 15:21-28 Naar Tyrus en Sidon 1
Marcus 9:25-29 Geloof en ongeloof 2
Lucas 23:8-12 Het verhoor 2
Marcus 2:1-12 Jezus' gezag betwist 1
Lucas 18:31-43 Optreden in Jericho 1
Lucas 10:1-16 Uitzending van de tweeënzeventig lee...
Matteüs 19:1-12 Leven met het oog op het koninkrij...
Marcus 13:1-13 De komst van de Mensenzoon 1
Marcus 10:32-45 Op weg naar Jeruzalem 1
Johannes 11:17-31 Lazarus uit de dood opgewekt 2
Matteüs 9:18-26 Verschillende genezingen 1
Marcus 1:35-45 Een nieuwe leer met gezag 2
Lucas 24:36-53 Verschijningen en hemelvaart 3
Lucas 23:26-43 Kruisiging en graflegging 1
Lucas 10:17-24 Uitzending van de tweeënzeventig le...
Marcus 12:35-44 Onderricht in de tempel
Johannes 16:17-28 De haat van de wereld 3
Matteüs 17:1-13 Een stem uit de hemel
Matteüs 15:29-39 Naar Tyrus en Sidon 2
Marcus 8:34-38-9:1 Wie is Jezus? 2
0Shares